Belgisch subsidie woordenboek — De belangrijkste begrippen uitgelegd
Een uitgebreid woordenboek van sleutelbegrippen in Belgische subsidieaanvragen: de minimis, staatssteun, cofinanciering, subsidiabele kosten, NACE-code, KBO-nummer, TRL-niveau, valorisatieplan en meer.
Belgische subsidieterminologie begrijpen
Belgische subsidieaanvragen zitten vol gespecialiseerde terminologie. Of je nu aanvraagt via VLAIO, Innoviris, SPW of een EU-programma, je zult termen tegenkomen zoals de minimis, staatssteun, cofinanciering, subsidiabele kosten en TRL-niveau.
Dit woordenboek legt de belangrijkste begrippen uit in gewone taal, zodat je je kunt concentreren op het voorbereiden van een sterke aanvraag in plaats van jargon te ontcijferen.
Voor persoonlijke begeleiding over hoe specifieke begrippen op jouw project van toepassing zijn, vraag de BelGrant-assistent Lucas.
De minimis en staatssteun
De-minimissteun is overheidssteun die als te klein wordt beschouwd om de concurrentie te verstoren. De huidige drempel is €300.000 over drie voortschrijdende jaren per onderneming (bijgewerkt van €200.000 in 2024). Veel Belgische subsidieprogramma's vallen onder dit kader.
Staatssteun is breder — elke overheidssteun die een bedrijf een concurrentievoordeel kan geven op de interne markt van de EU. Grotere subsidies boven de de-minimisdrempel zijn onderworpen aan strengere EU-regels, waaronder de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV).
Bij subsidieaanvragen wordt je doorgaans gevraagd om alle de-minimissteun te verklaren die je in de afgelopen drie jaar hebt ontvangen. Houd elke subsidie bij, inclusief kleine bedragen van verschillende agentschappen.
Cofinanciering, subsidiabele kosten en subsidie-intensiteit
Cofinanciering betekent dat je een deel van het project zelf moet financieren. Als een subsidie 45% van de subsidiabele kosten dekt, lever jij de overige 55%. Subsidie-intensiteit is het percentage dat de subsidie dekt — kmo's ontvangen doorgaans hogere percentages.
Subsidiabele kosten zijn de specifieke uitgavencategorieën die het programma financiert: personeelskosten, uitbesteding, materialen, afschrijving van apparatuur, overheadkosten en soms reiskosten.
Verifieer altijd de subsidiabele kostencategorieën in de specifieke programmarichtlijnen. Elk programma definieert zijn eigen regels over wat meetelt en wat niet.
NACE-code, KBO-nummer en TRL-niveau
Je NACE-code is de EU-classificatie van je bedrijfsactiviteit, toegewezen in de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen). Veel programma's gebruiken NACE-codes om sectorgeschiktheid te definiëren.
Je KBO/BCE-nummer is je 10-cijferige Belgische bedrijfsidentificator, vereist op vrijwel elke subsidieaanvraag.
TRL (Technology Readiness Level) loopt van 1 (fundamenteel onderzoek) tot 9 (marktklaar). O&O-programma's specificeren welke TRL-reeks ze ondersteunen. Je project-TRL kennen helpt je de juiste financieringsprogramma's te targeten.
Valorisatieplan, doorlopende oproepen en andere begrippen
Een valorisatieplan beschrijft hoe je je O&O-resultaten gaat commercialiseren. De meeste innovatiesubsidies vereisen er een. Behandel je doelmarkt, IP-strategie, verwachte omzet en go-to-market-tijdlijn.
Doorlopende oproepen accepteren continu aanvragen zonder vaste deadline. Projectoproepen hebben een specifieke indieningsdeadline en beoordelen alle aanvragen competitief. Doorlopende oproepen bieden meer flexibiliteit; projectoproepen zijn vaak competitiever.
Andere belangrijke begrippen zijn cumulatieregels, consortiumvereisten, voorschotten, rapportageverplichtingen en auditrechten. De BelGrant-assistent kan elk van deze in context uitleggen.
Dit woordenboek effectief gebruiken
Begin met de geschiktheidsquiz om passende subsidies te vinden en gebruik dit woordenboek wanneer je onbekende termen tegenkomt in programmarichtlijnen.
Voor begeleiding over het volledige aanvraagproces, inclusief het structureren van je budget en het schrijven van een overtuigende projectbeschrijving, verken de BelGrant-blog voor stapsgewijze handleidingen.
FAQ
Wat is het de-minimisplafond voor Belgische subsidies?
Het huidige de-minimisplafond is €300.000 over een voortschrijdende periode van drie jaar per onderneming. Dit is verhoogd van €200.000 in 2024. Alle de-minimissteun van elk agentschap telt mee voor hetzelfde plafond.
Wat is het verschil tussen een doorlopende oproep en een projectoproep?
Een doorlopende oproep accepteert continu aanvragen en beoordeelt ze individueel wanneer ze binnenkomen. Een projectoproep heeft een specifieke deadline, waarna alle aanvragen worden beoordeeld en competitief gerangschikt.
Hoe vind ik mijn NACE-code?
Zoek je bedrijf op de KBO Public Search-website met je ondernemingsnummer. Je NACE-code beschrijft je geregistreerde bedrijfsactiviteit en beïnvloedt voor welke subsidieprogramma's je in aanmerking komt.
Subsidies vermeld in dit artikel
Bekijk deze financieringsprogramma’s in detail op BelGrant: